Short story #1

Sarah raapt haar spullen weer bij elkaar. Verdoofd probeert ze op te staan en haar fiets uit de bosjes te pakken. Met bebloede handen en knieën, een blauw oog en een kapotte lip fietst ze het afgelegen landweggetje af. Als ze snel fietst is ze binnen 2 minuten bij het huis van haar stiefvader. Zo snel mogelijk maakt ze het hekje van de achtertuin open en stormt de keuken binnen. Zodra ze haar stiefvader en haar moeder op de bank ziet zitten dringt het pas tot haar door wat voor vreselijks er net allemaal gebeurt is.

 

3 maanden later…

“Sarah!” Diep in gedachten verzonken is Sarah op weg naar het treinstation, ze merkt niet dat iemand haar roept. Dan wordt ze op haar schouder getikt. Verschrikt draait Sarah zich om en kijkt in de vrolijke, blauwe ogen van haar beste vriend Ramon. “Hey, hoorde je me niet schreeuwen?” lacht Ramon opgewekt. Sarah schudt haar hoofd. Uit haar ooghoek ziet ze de trein van kwart over tien al aankomen. “Moet jij ook weg met die trein?” vraagt Sarah vrolijk. “Nee, maar ik kan wel even met je meelopen, als je wilt.” antwoord Ramon. Sarah knikt instemmend en samen lopen ze naar de trein.

 

Wanneer Sarah een plekje in het treinstel probeert te zoeken ziet ze dat er nog een plekje vrij is bij het raam. Gelukkig is de spits al voorbij en is het lekker rustig. Ze gaat bij het raam zitten en pakt haar oortjes om muziek te luisteren. Ondertussen is er een groepje jongens rumoerig de coupé in gekomen. Ze gaan een paar rijen van Sarah vandaan zitten. De geur van parfum, sigaretten en drank dringt meteen Sarah’s neus in. Waar kent ze deze geur van?

 

Een tijdje later stopt de trein bij een station. Hier moet Sarah overstappen, maar voordat ze overstapt in de volgende trein haalt ze eerst koffie bij de kiosk. De groep met jongens stapt ook uit, maar door de drukte in de stationshal is ze de jongens alweer uit het oog verloren.

 

Met hete koffie, een goed boek en muziek op zit Sarah even later weer in de trein.

Er wordt op haar schouder getikt. Sarah schrikt ervan. Een vaag bekend gezicht kijkt haar vragend aan. “Sorry, zei u wat?” vraagt Sarah. “Zit hier al iemand?” herhaalde de jongen. Sarah schud van niet en de jongen gaat zitten.

Voorzichtig kijkt Sarah af en toe naar de jongen. Ze heeft het idee hem al eerder gezien te hebben. Zat hij net niet bij die jongens in de vorige trein? Een onbehaagelijk gevoel komt in haar op. De jongen houd haar namelijk ook in de gaten. Sarah probeert het te negeren en gaat verder met lezen.

 

Ondertussen is de trein alweer bijna bij het eindstation. Sarah kan het vreemde gevoel met de jongen voor haar maar niet loslaten. Ze denkt diep na. Herinneringen van de laatste 3 hectische maanden vliegen in een flits voorbij. Dan staat opeens een haarscherp beeld vast en weet ze waar ze hem van kent. Sarah voelt haar hartslag omhoog gaan. Haar handen worden zweterig en ze begint te trillen. Zou hij haar herkent hebben? Hij is degene die haar leven overhoop heeft gegooid. Terugdenkend aan die tijd begint Sarah bijna te huilen. Ze zoekt trillend haar telefoon in haar tas, ze wil zo snel mogelijk Ramon bellen.

Het lijkt wel uren te duren voordat de telefoon eindelijk overgaat en Ramon opneemt. Sarah staat op en rent, half struikelend, naar het einde van de coupé. “Ramon, hij is hier” fluistert ze angstig door de telefoon. Er valt een stilte aan de andere kant van de lijn. “Huh? Waar is hij dan? Heeft hij wat gezegd?” Sarah weet niet waar ze op moet antwoorden. Geen woord komt meer uit haar mond. “Waar is die klootzak?!” De stem van Ramon wordt fel. “In de trein” antwoord ze langzaam. Sarah probeert helder na te denken. Wat moet ze doen? Plotseling ziet ze dat haar tas nog op haar stoel staat. “Ga zo ver mogelijk bij hem vandaan,” de stem van Ramon wordt al rustiger “Rustig ademhalen, het komt allemaal goed”. Sarah probeert aan de gesprekken en ademhalingstherapie te denken die haar toen altijd goed hebben geholpen. Nadat ze rustiger is geworden begint ze alles wat ze in de trein heeft meegemaakt te vertellen aan Ramon. “Mijn tas staat er nog” zegt Sarah. Ramon wil niet dat ze de tas gaat halen. “Bedenk wel wat hij jou allemaal heeft aangedaan die avond. Het is al erg genoeg dat hij er met een taakstraf vanaf kwam”. Toch moet Sarah haar tas hebben. Aarzelend loopt ze terug naar haar stoel. Het gangpad is langer dan ze dacht en de voelt haar hartslag weer versnellen. Aangekomen bij haar stoel gritst ze haar tas weg en loopt zo rustig mogelijk door. “Is er iets aan de hand?” roept de jongen haar na “Je rende zo snel weg, gaat het wel?”. Sarah knikt snel en loopt zo snel mogelijk naar de volgende coupé. Gelukkig is de trein al over 2 minuten bij het eindstation. Zou hij haar herkent hebben? Allerlei gedachten spoken door haar hoofd. Ze wil dit zo snel mogelijk weer vergeten. De trein stopt, Sarah stapt uit en verdwijnt in de menigte op het perron.

Deze week een keer iets anders dan een DIY of recept. Laat even een reactie achter wat je van dit soort artikelen vind.

Dit verhaal heb ik zelf geschreven en bedacht (dus niet zelf meegemaakt). De namen die ik heb gebruikt zijn gewoon random namen, dus wees niet beledigd als je ook zo heet :)

Ik heb het verhaal zo open mogelijk geschreven, zodat je zelf kan verzinnen wat jij denkt wat gebeurt is en een draai aan het verhaal kan geven. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.